Haarverlies

Man met haarverlies
 
Een vergelijking tussen mannen en vrouwen
 
Dit is misschien wel de meest gevreesde gebeurtenis in het leven van een man (en ook een vrouw): haarverlies. Jonge mannen, die ook volwassen mannen in hun familie hebben die kaal worden (of dit al zijn), beginnen langzamerhand met een steeds groter wordende vrees in de spiegel te kijken.
 
Zal ik mijn haar verliezen? Wanneer zal dit beginnen? Hoeveel haar zal ik kwijt raken? Wat kan ik doen om dit te voorkomen? Het is een ingrijpende kwestie waar bijna 40% van de mannen (en vrouwen) rond de 35 jarige leeftijd mee te maken krijgt.
 
Haarverlies kan een van de grootste aanslagen op het zelfvertrouwen in iemandīs leven zijn, maar heeft ook een grote invloed op hoe anderen naar hen kijken. Onderzoeken om de invloed van haarverlies te meten toonden aan dat:
 
Mannen met haarverlies:
 
• meer lijden onder negatieve sociale en emotionele effecten;
 
• meer bezig zijn met hun kaalheid;
 
• meer moeite doen om het haarverlies te verbergen of dit te compenseren.
 
Het onderzoek toonde aan dat bij een grotere mate van haarverlies ook de bovengenoemde klachten naar verhouding toenamen. Uit het onderzoek kwam eveneens naar voren dat kale mannen (in vergelijking met mannen die haar hadden) beschouwd werden:
 
• lichamelijk minder aantrekkelijk te zijn (bij beiden geslachten);
 
• minder assertief te zijn;
 
• minder succesvol te zijn;
 
• een minder aardige persoonlijkheid te hebben;
 
• ouder te zijn (ongeveer 5 jaar).
 
Voor vrouwen is de invloed van het haarverlies nog veel groter en zij ondervinden de hierboven beschreven effecten (sociale en emotionele effecten, bezig zijn met de kaalheid, moeite doen om het haarverlies te verbergen) in een veel sterkere mate dan mannen met een vergelijkbaar haarverlies. Het is dan ook niet verwonderlijk dat haarrestauratie een miljardenindustrie is geworden.
 
Mannelijke (en vrouwelijke) kaalheid
 
Elke vorm van haarverlies die groter is dan het normale haarverlies als gevolg van de groeicyclus van het haar wordt aangeduid als alopecia. Onder dezelfde noemer valt ook het veel voorkomende patroon van haarverlies bij mannen en vrouwen zoals hierboven beschreven. De precieze naam voor deze vorm van abnormaal haarverlies is Alopecia androgenetica en doet zich bij mannen in een ander patroon voor dan bij vrouwen.
 
Bij mannen is het herkenbaar aan de zich terugtrekkende haarlijn bij het voorhoofd (diepe inhammen) en het dunner worden van het haar bij de kruin. Dit kan doorgaan tot zich slechts nog haar in de vorm van een hoefijzer aan de achterkant en zijkanten van het hoofd bevindt.
 
Bij vrouwen doet alopecia androgenetica zich meestal voor als het geheel dunner worden van het haar over het gehele hoofd en dit kan doorgaan tot de haarbedekking uit slechts plekken haar bestaat en in sommige gevallen kan dit zelfs doorgaan tot zich een zelfde patroon als bij de mannen vormt.
 
Een dergelijke vorm van haarverlies wordt gevormd door leeftijd, genetische factoren en hormonale veranderingen in het lichaam die de verkleining van de normale haar in gang zetten en het oorspronkelijke haar veranderen in donshaar. Er zijn geen manieren om dit proces te voorkomen. Gelukkig zijn er tegenwoordig wel medicijnen verkrijgbaar die het proces kunnen stoppen of zelfs kunnen omkeren. Voor deze medicijnen is het gewoonlijk noodzakelijk ze meerdere malen per dag in te nemen en zullen slechts zo lang hun werk doen als de middelen daadwerkelijk worden gebruikt. Ze zijn ook tamelijk duur (vanaf ongeveer € 45 per maand) en worden niet altijd vergoed door de ziektekostenverzekeringen.
 
Omdat de oorzaak voor alopecia androgenetica genetisch en hormonaal bepaald is, verschilt de mate waarop het zich openbaart van persoon tot persoon, maar ook per geslachtslijn. Een man (of vrouw), die lijdt aan alopecia androgenetica, kan deze erfelijke factor doorgeven aan haar zoon of dochter. De zoon op zijn beurt zou mogelijk slechts aan zeer beperkt haarverlies kunnen lijden, terwijl het haarverlies van de dochter wellicht veel ernstiger vormen aanneemt. Het is even goed mogelijk dat geen van de kinderen hier iets van ondervindt. De ontwikkelingen in het medisch onderzoek zijn op dit moment nog niet ver genoeg voortgeschreden om precies de vinger te kunnen leggen op de betrokken genetische factoren. Hopelijk zal de toekomst ons de middelen verschaffen om met dit probleem definitief af te rekenen.
 
©Kapsels.net
Foto: Axel Bueckert/Shutterstock