Antwoord: Als u twee mannen bekijkt – één wiens haar geknipt is in een korte snit (minder dan 0,5 cm lang) en één wiens haar geknipt is in een wat langere snit (met haar dat tot halfweg het oor valt, laat ons
zeggen 10 cm lang) – dan zou u zweren dat de man met de korte snit haar heeft dat minstens twee keer zo snel groeit als dat van de man met het langere haar. Dit is gewoonlijk onwaar. Terwijl er wel individuele
verschillen mogelijk zijn, is het gemiddelde haargroeitempo (op het hoofd) zo’n goede cm per maand.
Gebaseerd op het gemiddelde kunnen we stellen dat na twee weken haargroei de man met de korte snit de lengte van zijn haar verdubbeld heeft (verhoogd heeft met 100 % dus), terwijl de man met het langere haar
slechts 5 à 6 % langer haar gekregen heeft.
Is de bedoeling dus om het haar te houden op een bepaalde lengte – om bijvoorbeeld het haar te knippen wanneer het 50 % van de huidige lengte overschrijdt – dan moet de korte snit minstens één keer per week geknipt
worden, terwijl de langere snit pas om de 4 maanden moet bijgeknipt worden.
Bovenstaande cijfers zijn willekeurig, maar ze helpen illustreren hoe het komt dat korter haar sneller “lijkt” te groeien dan langer haar. Gewoonlijk moeten mensen met kort haar dus vaker naar de kapper om hun haar te
laten bijknippen. En mensen met langer haar moeten dan wel niet zo vaak naar de kapper,ze betalen wel telkens méér omdat langer haar gewoonlijk méér tijd vraagt om te behandelen.